• Agenda:

    Eredienst
    Datum: 5 februari 2023
    Tijdstip: 9.30 uur
    Kerk: Irenekerk
    Voorganger: Ds. G. Knol
    De dienst is online te volgen

  • En ’t wenst ons allen een zalig Nieuwjaar!

    Zo eindigt Er is een kindeke geboren op aard:

    Er is een Kindeke geboren op aard’ (2x)

    ’t Kwam op de aarde voor ons allegaar (2x)

    ’t Kwam op de aarde en ’t had er geen huis (2x)

    ’t Kwam op de aarde en ’t droeg al zijn kruis (2x)

    Er is een Kindeke geboren in ’t strooi (2x)

    ’t Lag in een kribbe, gedekt met wat hooi (2x)

    ’t Had twee schoon oogjes zo zwart als laget (2x)

    Twee bleuzende kaakjes, dat stond hem zo net (2x)

    ’t At pap uit een pannetje en ’t maakte hem niet vuil (2x)

    ’t Viel op de aarde en ’t had er geen buil (2x)

    ’t Keek naar Zijn Moeder en ’t lachte zo snel (2x)

    ’t Kende de liefde Zijns Moeders zo wel (2x)

    ’t Kwam op de aarde voor ons allegaar (2x)

    En ’t wenst ons allen een zalig Nieuwjaar (2x)

    Het is een lief liedje, niet? Ik zie het voor me: iemand zingt voor ‘er is een kindeke …’ en de herhaling antwoordt iedereen in koor. Het gaat om een heel ideaal, heel goddelijk kindje zonder mitsen en maren: mooi, vriendelijk, gezond en … het maakt niets smerig. Dat geloof je toch niet: ’t at pap uit een pannetje en ’t maakte hem niet vuil! Denk dan eens aan je eigen (klein)kinderen die alles eronder smeren als je ze de kans geeft. Nee! Jezus niet! Die doet dat niet!

    Heilige humor, vind ik het. Nog even dit: ’t had twee schoon oogjes zo zwart als laget. Wat is laget? Het is een steensoort die donker is, uit de buurt van Gagès, stad en rivier in Lycië. Lycië is een gebied langs de zuidkust van Turkije. De Jezus die beschreven wordt in het lied heeft, zoals men ook kan zeggen, gitzwarte ogen. Dat git in zwart komt, evenals laget, af van de naam Gagès. (Weer wat geleerd.) En bleuzend is blozend. (Ik geniet altijd erg van de herinnering aan oudere vormen van Nederlands die, misschien, wat dichter staat bij het Vlaams?)

    Hoe zit het nu met die Nieuwjaarswensen van het Kerstkind? Het doet me een beetje denken aan een soort journalistieke verslaglegging: “En dan nu naar de Kerststal, naar de kribbe” en dat we dan, bijvoorbeeld Gerrie Eickhof in beeld krijgen met een microfoon en horen zeggen dat het goed gaat met de jonggeborene en zijn moeder en dat het ons allemaal een zalig Nieuwjaar wenst. Terug naar de studio in Hilversum (of is dat te gedateerd?).

    We kunnen het zien in het spoor van de oude, volkse, Nederlandstalige Kersttraditie, waarin het kleine de toon bepaalt om het grote, hoge, goddelijke ermee neer te zetten. Laten we blijven voelen hoe bijzonder dat is, dat het ons anders stemt dan alles wat in onze wereld nieuws is.

    Daaruit volgt dan nog iets anders: wat betekent het dat het kindeke Jezus ons een zalig Nieuwjaar wenst? Een goddelijk zalig Nieuwjaar. Een Nieuwjaar dat deel uitmaakt van een nieuwe kalender, de kalender van het Godsrijk, de nieuwe tijd, de tijd van de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Ons ‘gelukkig nieuwjaar’ heeft eenzelfde soort dubbele klank als de groet ‘adieu’. Je kunt het horen als ‘tot nooit weer ziens’ of als een opdragen aan God: à dieu. Onze (afgesleten) gebruiken en hun (oorspronkelijke) diepere betekenissen. “Je denkt er niet altijd bij na.” (Om niet te zeggen: bijna nooit.)

    Deze wens van het Kerstkind blijft de kracht houden van Advent. Advent is de basis voor het christelijk geloof als geloof gericht op de toekomst. De verwachting van de telkens nieuwe vervulling van Gods beloften: (Stille nacht …) Gods belofte wordt heerlijk vervuld. En verder: de spanning van heel de vernieuwing van ons menszijn. (Ik verbaas me er steeds meer over dat we er zo weinig mee doen, er zo weinig in investeren. In andere zaken daarentegen zo ongelofelijk veel: vooral in technologie – daar lijken we bijna alles van te verwachten!)

    Advent heeft twee kanten ineen: dat wat op je toekomt (= toekomst) en dat waarnaar je uitreikt (= aankomst). Die twee worden één in verwachting. Het Latijnse werkwoord advenire (waarvan advent is afgeleid) kan vertaald worden met: komen naar, naderen, aankomen, bereiken, aanbreken, te beurt vallen. We voelen hoe de verwachting ons stemt, dat het niet zonder ons kan en dat de ‘voorpret’ onmisbaar is, maar we voelen ook dat het niet in onze handen ligt, dat we ons ervoor open moeten stellen en dat verwelkomen iets anders is dan binnenhalen (en inhalig zijn).

    Door onze overlevingsdrift en onze wil om te realiseren missen we de openheid van Geest. De voorwaarden voor een gelukkig nieuwjaar zijn andere dan die van het zalig nieuwjaar van het kindeke. Zolang deze schoen blijft wringen, zolang blijft het advent in de zin van (uitgestelde) toekomst en staat de knop van ons bestaan op repeat.

    Gerard Knol