• Agenda:

    Volgende kerkdienst:
    Datum: 19 mei 2024
    Tijdstip: 10.00 uur
    Kerk: Vredekerk te Loppersum
    Voorganger: Ds. A. van den Bor
    Dienst is via deze link online mee te kijken

  • Overdenkingen

    Teleurgesteld

    ‘Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee.’

    (Johannes 6:66)

    Teleurgesteld, wie is er in zijn leven nooit eens teleurgesteld? Ik denk dat ieder mens vroeg of laat wel eens tegen een teleurstelling is opgelopen. Teleurstellingen hebben te maken met wat mensen verwachten, waar ze behoefte aan hebben. Wat verwachten de mensen van Jezus, waar hadden ze op gerekend?  Nou ja, niet op dat wat er door Jezus werd gezegd. We zijn veelal niet gediend van harde woorden, ook niet als die woorden uit de mond van Jezus komen. De reactie op de teleurstelling laat zich in het evangelie van Johannes dan ook duidelijk lezen: veel mensen keerden Jezus de rug toe. Ze gaan weg, bemoeien zich niet meer met Jezus of zijn beweging. Ze zijn wel klaar met Jezus. 

    Ook de wijze van handelen door kerkmensen of het gebrek aan handelen vormt voor veel mensen een bron van teleurstellingen. In december is een kennis van ons overleden. Zijn vrouw bleef kinderloos achter. “En wat hoor je van de kerk”, was haar retorische vraag. “Niets! En dat na al het werk dat we voor de kerk hebben gedaan. Naar de kerk? Ik ga niet meer!”
    Beiden hadden inderdaad veel werk voor de kerk gedaan. Zij had meer verwacht. Zeker nu het leven voor haar veel van zijn betekenis had verloren. Haar verwachting kwam niet uit, net nu op het moment dat zij behoefte had aan steun en meeleven. Teleurstellingen overkomt vaak betrokken mensen. Ze wilden het zo graag, ze hebben zich er zo voor ingezet en nou dit…  Teleurgesteld in de kerk en zo keert ze de kerk de rug toe. Klaar met de kerk.

    Teleurgesteld worden is eigenlijk niet zo bijzonder. Teleurstellingen worden pas bijzonder door de manier waarop door de teleurgestelde met de teleurstelling wordt omgegaan; hoe hij of zij er op reageert. Het gevoel van teleurstelling werkt namelijk verlammend. Je staat erbij en kan er niets meer aan veranderen. Het is gebeurd en het is klaar. 
    Maar de rottigheid is, dat je er eigenlijk niet klaar mee bent. 
    Want teleurstelling is een heftige emotie, die beter niet met een schouderophaal kan worden afgedaan. Zeker niet door degene die de teleurstelling ervaart. Want teleurstellingen blijven knagen en hebben de neiging om een negatieve spiraal van denken in werking te zetten, zodat je steeds negatiever reageert op wat er is gebeurd en wat er nog gebeurt. Frustratie ligt dan op de loer.

    Het is daarom dan ook belangrijk om een teleurstelling goed te verwerken. Hoe je dat moet doen?
    Ga geen hoge eisen stellen aan jezelf, noch eisen opleggen aan anderen. Wees realistisch en accepteer de situatie zoals hij is. Besef, dat je jouw verwachtingen kunt bijstellen. Maar realiseer je meteen dat het ervaren van een gevoel van teleurstelling inhoudt, dat je gevoel hebt en niet apathisch bent. Dat je ergens voor staat en je daarmee kunt doorgaan als je dit wilt.

    Paulus zegt in de brief aan de Korintiërs: ‘Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen?’  Immanuel Kant – Duits filosoof- merkt ooit eens op, dat goed handelen pas respect verdient, als het eigenbelang in het handelen ontbreekt. M.a.w., als ik kerkelijk actief ben en verwacht of hoop op veel kerkelijke aandacht in latere tijden, ik – volgens Kant – niet goed handel. Hij sluit daarmee aan bij een oud Nederlands spreekwoord: ‘Doe goed en zie niet om.’ Hij wijst – net als Jezus doet– de wederkerigheid in het handelen af. Realiseer je, ook al voel je je terecht rot en heb je in een negatief moment de ander de rug toegewend, er altijd de mogelijkheid bestaat om de rug nog een keer te wenden. Wat inhoudt dat je weer met het gezicht naar de ander gaat staan.
    Geloven, religie is een groepsgebeuren. Het gaat om geloven, doen en erbij horen. Dat is religieuze verbondenheid.  Het maakt sterker, doorbreekt isolatie en eenzaamheid. Bedenk dat het onderhouden van relaties met andere gelovigen, een manier is om goed voor jezelf te zorgen. 

                                                                                                                                                     Piet Kort

     

    Vrede op aarde

    Je hoort de melodie al bij deze woorden. Je weet ook zeker dat we dit deze Kerst weer zullen zingen, terwijl de wereld het tegenovergestelde laat zien. Je mag al blij zijn met een wapenstilstand. Of, zoals nu bepleit wordt door de VN: een staakt het vuren (tussen Israël en Palestijnen).

    Geloof je er nog in? En geen snel antwoord alsjeblieft!

    Er zijn mensen die in de huidige tijd tekenen van ‘het einde der tijden’ zien en in één adem door daarom verwachten dat het Koninkrijk van God nu spoedig zal aanbreken.

    Gezang 748: Het duurt niet lang meer tot de tijd van Christus aan zal breken, en Hij in grote heerlijkheid het oordeel uit zal spreken.

    Gezang 1010: Geef vrede, Heer, geef vrede, de wereld wil slechts strijd. Al wordt het recht beleden, de sterkste wint het pleit. Het onrecht heerst op aarde, de leugen triomfeert, ontluistert elke waarde, o red ons, sterke Heer.

    Beide thema’s komen samen in Kerst, in de gestalte van de Zoon van God die verschijnt als teer kindeke, in stro, in doeken gewikkeld, blauw van de kou, omdat voor hem geen plaats was in de herberg, of ‘in het nachtverblijf van de stad’, zoals nu vertaald is.

    Ik wil niet ongelovig zeggen: ik moet het nog zien. Maar ik wil ook niet met het oog op de inmiddels zeer lang lopende belofte zeggen: het komt nú! Laten we beide kanten erkennen als een rechter- en een linkerhand.

    Zo was het overigens ook in de tijd waarin Jezus van Nazareth het licht zag. Vandaar de spanning tussen het oude Israël (Zacharias en Elisabeth) en het jonge Israël (Maria en Jozef). Zo was het ook met aartsvader Abram (= hoge vader) die een naamsverandering onderging naar Abraham (= vader van velen) en in die spanning genoegen moest nemen met één nakomeling (je hoort Sara nog lachen …).

    Telkens lijkt er niet meer te zijn dan een kiem, dan een kwetsbaar, om niet te zeggen ‘schamel’, begin.

    Kan het verhaal tegen de werkelijkheid van de wereld op? Was de oorlog die Poetin begon, vorig jaar, tegen Oekraïne al een gigantische domper, wat te denken van deze recente oorlog die alles schendt wat de Thora probeert hoog te houden?

    We kunnen er niet omheen. Als we straks ‘vrede op aarde’ zingen, hoop ik dat we ook onze tranen niet zullen kunnen bedwingen. Dit kind dat wij verwelkomen is Gods Woord in vlees en bloed door de Geest van God (lees er Matteüs 2, 18 maar op na: de Geest van God die profeten baart). Het heeft onder ons ‘zijn tent opgeslagen’ (Johannes 1, 14: wonen = letterlijk ‘kamperen’).

    Bij de verheerlijking op de berg willen de aanwezige leerlingen deze situatie consolideren: laten we hier blijven (ook weer in tenten). Maar de topervaring is niet meer dan een visionair moment en de plek moet worden verlaten. Er moet teruggekeerd, afgedaald worden naar de wereld. Er kan niet voor de opstanding van het vlees uit over deze dingen gesproken worden. Er kan dus niet voor de komst van het Koninkrijk uit – of: Gods nieuwe wereld in de huidige vertaling – gesproken worden over vrede op aarde. Zoiets. Het ligt dus pijnlijk. Alleen door de Geest hebben we hier weet van en deel aan (zoals Paulus steeds aangeeft).

    Daarom is Kerst voorlopig nog steeds het feest van een zuigeling en kunnen we niet buiten de Geest om enige groei verwachten. Dat de Geest van God opnieuw ons vlees zal vinden en veranderen, zodat we zullen zien dat wij inderdaad geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Daarom noem ik Kerst vaak ‘klein Pinksteren’ en is het uitzien naar de uitstorting van Gods Geest op alle vlees.

    Gerard Knol

    Steeds weer zoeken mijn ogen naar U

    Psalm 25b begint met een zogenoemde antifoon. Letterlijk betekent dat ‘tegenstem’. Het is een soort refrein, een weerkerend statement waarin de kern van de psalm terugkomt. Zo zingen ze de psalmen in het klooster.

    Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

    Ik vind het een prachtig lied. Omdat Gij zijt zoals Gij zijt – zie naar mij om en wees mij genadig. Want op U wacht ik een leven lang.

    Er spreekt een gepassioneerd verlangen naar God uit en dat werd op 15 oktober gespiegeld door de evangelielezing van Matteüs 22,1-14. Dan is het zover, de bruiloft van de Zoon met zijn bruid, de kerk, is aanstaande en iedereen wimpelt het af, want zaken gaan voor (de akker en de handel).

    We zongen als intropsalm 119: 17 en 18. Het lied van de onvoorwaardelijke trouw aan het Woord van God. Mijn hart gaat uit naar wat Gij mij gebiedt, altoos en immer zal ik dat bewaren.

    Ik dacht het niet! Ik dacht het toch echt niet!!!

    Als dat zo zou zijn, zouden Israël en Palestina niet zo hopeloos verstrikt zijn in moord en doodslag. Altoos en immer zal ik dat met voeten treden! Dat is de werkelijkheid. De goddeloze, godvergeten werkelijkheid.

    Er is een tijd geweest dat grootmoeder altijd in de Bijbel las. Wat las zij daar? Ze deed dit voor zichzelf, uit persoonlijke vroomheid. Om op peil te blijven.

    Er is een tijd geweest dat de zondebelijdenis altijd voorop ging in de liturgie. Welke zonden beleden wij dan precies? Geen idee, werkelijk niet, meer een soort vaag gevoel van menselijk onbehagen tegenover God. De biecht kenden we natuurlijk niet. In het biechthokje werden allerhande zonden beleden, vooral zonden in gedachten en zonden m.b.t. seks en zo, maar zeker geen deelname aan genocide.

    Is dit niet het kernprobleem: het leven blijft het leven en het wordt geleefd met vlees en bloed; de religie is de religie en blijft ook op haar eigen erf. Zij temde en temt in het persoonlijke leven vlees en bloed vooral, maar vormde nergens een opstap naar een andere, betere wereld. Bovendien is temmen iets anders dan inspireren en incarneren. Christus is oneindig veel spannender dan zijn gelovigen. Of ben ik nu te hard?

    Zonde belijden wordt echt relevant en spannend als zij concreet benoemd wordt. Er worden zonden als zonde beleden die het helemaal niet zijn (pietepeuterig kleingeld), terwijl er zaken over het hoofd worden gezien, buiten beschouwing gelaten die het uitdrukkelijk wel zijn. De mug uitziften – ons woord ‘muggeziften’ – en de kameel doorslikken. Tegenwoordig is het trouwens ‘muggenziften’.

    Wat er niet aan klopt is dat wij op persoonlijk vlak kleine mensen klemzetten en op het grotere vlak doen alsof onze neus bloedt. We vangen kruimeldieven terwijl de grote boeven vrijuit gaan. Terwijl alle profeten getuigen van Thora en gerechtigheid, van leven met elkaar in de juiste verhoudingen, gerespecteerde relaties tot anderen en tot het land.

    We zijn ontsteld over wat zich nu voor onze ogen afspeelt. Het is dan ook heftig. Het is de hel. Maar er liggen jaren en jaren ten grondslag aan deze uitbarsting. Altijd weer oogsten we de vrucht van onze onachtzaamheid, de blindheid voor het onrecht in de inrichting van ons bestel. Of het nu gaat om een toeslagenaffaire of over de verhouding Joden – Palestijnen.

    Wat nu gebeurt is niet meer dan een symptoom van een ziekte die we allang onder de leden hebben. God wil ons ervan genezen, maar wij weigeren als het erop aankomt. In plaats van leren van het verleden, kiezen wij er liever voor om te vergeten. Dat is geweest en dit nooit meer. Dan weet je eigenlijk al dat je erop kan wachten tot het weer zover is.

    Ik heb ook gezegd dat de gelovige uitspraak ‘Hij heeft het voor ons volbracht’ maar de helft van de waarheid is. Onder verwijzing naar Paulus: Wij leven immers niet volgens aardse maatstaven, maar volgens die van de Geest (Romeinen 8,4b). En: wij zijn dus niet langer gebonden aan het aardse, om volgens aardse maatstaven te leven. Als u wel zo leeft, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige praktijken doodt door de Geest, zult u leven (8,12 en 13). Op dat niveau zijn wij familie van Christus! Paulus ziet ons menszijn verheven boven zonde en dood. Dat is zijn thema, zijn speerpunt. Wat Christus volbracht heeft, vindt een voortzetting in ons. Maar dat hangt dus wel samen met onze inzet. Met geloofsmoed.

    Te veel blijven wij hangen in het Bijbelverhaal als een mooi verhaal, een ideale werkelijkheid. Dan wel geen sprookje, maar toch iets dat ver van onze werkelijkheid afstaat. Het is lang geleden dat het geloof ons bracht in de voorhoede van God, van de militia Christi. Dat heeft alles te maken met de taaiheid van de geschiedenis die de taaiheid is van ons menselijke vlees en bloed. Ons gebrek aan Geest. Christus is de belichaming van het goddelijke Woord. Hij is de dans van de Geest aangegaan. Als wij iets willen betekenen in deze wereld, zullen wij de uitnodiging tot die dans moeten aannemen.

    Gerard Knol

    Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen 

    Daar woont Hij zelf daar wordt zijn heil verkregen 

    En leven tot in eeuwigheid. 

    Dat ging in mij om na onze gemeentezondag van 17 september j.l. Uit mijn hoofd. 

    Even nakijken: waar liefde woont gebiedt de Heer den zegen, daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen en ’t leven tot in eeuwigheid. Psalm 133 couplet 3 oude berijming. 

    Zo heb ik dat leren zingen in mijn jeugd. Heer, ai, maak mij uwe wegen … ’t Hijgend hert der jacht ontkomen … Enz. Als ik ooit dement word, wat ik natuurlijk niet hoop, zal ik op die oude lagen teruggrijpen. 

    Niet naar de recentere lagen: Jeruzalem! Hier geeft de Heer zijn zegen, hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid. Psalm 133 couplet 3 van de hand van Jan Willem Schulte Nordholt en Jan Wit. 

    Wat is er gebeurd? 

    De psalm in de nieuwe vertaling: 

    Een pelgrimslied van David. 

    Hoe goed is het, hoe heerlijk 

    als broeders bijeen te wonen! 

    Goed als olie op het hoofd 

    die neervalt op de baard, 

    de baard van Aäron, 

    en neervalt op de hals van zijn gewaad, 

    als de dauw van de Hermon 

    die neervalt op de bergen van Sion. 

    Daar geeft de HEER zijn zegen: 

    leven voor altijd. 

    Ah, mooi, wat een lied. Het eerste statement: hoe goed is het, ja heerlijk! om als familie samen te wonen! Hoe goed? Nou, zoals de zalvende olie (Messias) op het hoofd, die neervalt op de baard, en die neervalt op de hals van het priestergewaad. Zo goed, je komt eronder te zitten. En zo goed als de dauw van Hermon (ligt in de buurt van Damascus, dus Noord-Israël) die neervalt op de bergen van Sion. Als we voor Sion Jeruzalem lezen, zitten we meer zuidelijk (Juda). Israël en Juda tezamen. Van Noord (hoog) naar Zuid (laag). Een parallelle beweging dus met het beeld van de olie. Sion is de tempelberg en heeft als benaming voor Jeruzalem een messiaanse klank. Hoe ideaal is dus deze wijze van samen zijn. 

    Ja, dan zijn beide versies goed op hun eigen wijze: Jeruzalem als hoofdstad van de liefde van God en mensen. De plek waar hemel en aarde elkaar raken, waar de mensheid Gods eigen huisgezin is, waar iedereen kind aan huis is, waar de volkeren samenkomen om het recht te leren. 

    Iets daarvan was er op de 17e. Zoals in de hemel, zo ook op de aarde. Hoe goed, hoe heerlijk, hoe tof, hoe cool, hoe fantastisch … Dit loflied vind je nergens elders op aarde. Alleen al daarom moeten we kerk blijven, samenkomen en zingen. Alleen al daarom. Amnesty zegt dat het beter is om een kaars aan te steken dan om de duisternis te vervloeken. De kerk zingt: hoe goed, hoe heerlijk is het om samen te zijn en te vieren dat we Gods en elkaars familie zijn. Elke zondag weer. 

     Gerard Knol

    Handel als vrije mensen