• Agenda:

    Volgende eredienst:
    Datum: 17 mei 2026
    Tijdstip: 9.30 uur
    Kerk: Irenekerk te Bierum
    Voorganger:  Dhr. C.M. Smits te Groningen
    Dienst is online mee te kijken

  • 4. De Backpackers
    Dit verhaal is deels gebaseerd op ware gebeurtenissen.

    “De Roeping van Abram?” vraagt zoon verbaasd. ”Hoezo dat?” wil hij weten
    “Ja de roeping van Abram vind ik een typisch voorbeeld van een patriarchale benadering. Het is de man die wordt geroepen, het is de man die alle have en goed inpakt, vrouw en kinderen daar onder begrepen. Daardoor krijgt hij een centrale plek en dus de belangrijkste positie, terwijl je je kunt afvragen of daarmee recht wordt gedaan aan wat er is gebeurd.”
    “Huh?” reageert zoon verbaasd. Hij leek enigszins verbaasd. “Hoe zou je dit verhaal anders willen vertellen? Je weet toch niet wat er zich precies heeft voorgedaan?”
    “Dat klopt, maar dat is het mooie aan dit soort verhalen. Je kunt het ook op een andere manier vertellen, terwijl de oorspronkelijke boodschap overeind blijft. Je kan het ook zo vertellen:
    Even buiten de stad Ur, in het land der Chaldeeën, leefde een man. Zijn naam was Terach. Hij had drie zonen: Abram, Nachor en Haran. Ze leefden in een wereld waar polygamie veelvuldig voorkwam, vooral bij de rijkeren. Terach was rijk en had dan ook meer vrouwen. Bij één van zijn vrouwen kreeg hij een dochter: Sarai. Terach hield van zijn dochter, vandaar ook haar naam: Sarai, wat betekent ‘mijn vorstin’. Sarai, was tien jaar jonger dan Abram, maar ondanks dit leeftijdsverschil, konden halfbroer en halfzus prima met elkaar overweg. Zo goed zelfs, dat vader Terach erin toestemde dat Sarai de vrouw van Abram werd. Abram was dol op zijn jonge vrouw. Ook al behoorde hij tot de rijkere klasse, hij taalde niet naar andere vrouwen. Zelfs niet toen bleek dat Sarai geen kinderen kon krijgen. Hij verstootte haar niet.
    Op een dag moest Abram voor zaken naar de stadsadministratie in de stad Ur. In het gebouw van de stadsadministratie, stond ook een beeld van de godin Inanna. Inanna was de godin van de liefde en de oorlog, maar ook de godin van de vruchtbaarheid. Abram stelde Sarai voor om met hem mee te gaan. Als hij zijn zaken afhandelde kon Sarai – als zij dit wilde- zich neerbuigen voor het beeld van Inanna, de voeten van de godin kussen en om vruchtbaarheid smeken. Sarai stemde in en zo gingen zij die dag samen op pad naar Ur. In de hal van het administratiekantoor gekomen, liet Abram Sarai achter om zijn zaken af te wikkelen. Sarai liep naar de zijkamer van de grote hal, waar het beeld van Inanna stond opgesteld. Verschillende malen boog ze zich neer voor het beeld en smeekte de godin om ontferming en vroeg om haar het moederschap te schenken. Terwijl ze doende was, kwam een oude vrouw binnen die Sarai vroeg: ‘Denk je dat het helpt om Inanna te aanbidden? Je bidt tot de godin van Uruk, maar heeft zij hier in Ur macht? Ik heb ook tot haar gebeden en offers gebracht, maar het heeft niet geholpen. Ik ben kinderloos gebleven. Nee, je kunt beter op zoek gaan naar een andere god. Eentje die wel naar je luistert, want bij Inanna ben je hier in Ur aan het verkeerde adres. Hier is Sin – de maangod- de baas.’
    Geschokt luisterde Sarai naar de woorden van de oude vrouw, die zonder op reactie te wachtten zich omkeerde en de kamer verliet.
    Was het waar wat de oude vrouw had gezegd? Was Inanna hier in Ur machteloos? Misschien, als ze de voeten van de godin zou kussen … dan misschien …
    Ze boog zich neer en kroop naar voren om de voeten van de godin te kussen. Met haar hand raakte Sarai de voet van het beeld aan. De buitenste rechterteen van het beeld rustte op een steentje. Gedachteloos duwde Sarai het steentje weg. Tot haar schrik zag ze dat het beeld heel langzaam begon te verglijden. Geschrokken stond ze op en verliet snel de kamer en de hal in, waar ze tegen Abram opbotste, die zijn zaken had afgehandeld. In de kamer sloeg het beeld met een dreun tegen de grond. Een dreun die nagalmde in de hal. Het duurde een ogenblik voor de mensen in de hal zich realiseerden wat er was gebeurd. De consternatie was groot. Alles en iedereen liep en schreeuwde door elkaar en men verdrong elkaar om de kamer binnen te gaan, waarin de brokstukken van Inanna verspreid lagen.
    ‘Het beeld viel, ‘stotterde Sarai tegen Abram. ‘Het beeld viel. Ik duwde alleen maar een steentje weg. Hoe kan dat nou? Ik ….’ Abram begreep de ernst van de situatie. Hij aarzelde niet en nam Sarai mee naar buiten.
    ‘Rustig Sarai! Niets meer zeggen! Vlug, we gaan naar huis!’
    Zo snel als ze konden verlieten ze Ur, terwijl Sarai onderweg zo goed als ze kon, vertelde wat er was gebeurd.
    ‘Luister goed’ zei Abram. ‘Houd je mond hierover tegen iedereen. Zeg er geen woord over tegen wie dan ook. Niemand mag dit weten.’ Sarai knikte gehoorzaam.
    Thuisgekomen bracht Abram Sarai eerst naar hun tent, voor hij naar Terach ging. Hij vertelde Terach wat er was gebeurd. Nadat Terach het verhaal gehoord had, vroeg hij:
    ‘Zijn er nog anderen die dit weten?’
    ‘Niemand, voor zover ik van Sarai gehoord heb.’
    ‘Goed’ antwoordde Terach, ‘Dan breken we zo snel mogelijk op en gaan we weg. Als ze in de stad er achterkomen dat Sarai de val van het beeld veroorzaakt heeft, zullen ze haar willen offeren aan Inanna. Vertel wat er gebeurd is aan niemand. Ik wil mijn dochter niet kwijt. We gaan naar Charan. Daar woont familie van ons en regeren er andere goden.’
    Zo verliet Terach Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Ze namen alles mee wat ze bezaten aan schapen, geiten, kamelen, slaven en slavinnen. Samen gingen ze op weg naar Charan, weg van de machtige Inanna, weg van de wraak van de godin. Soms sloeg de twijfel toe, of iemand wel kon vluchten of zich verbergen voor een godin? Als dat mogelijk zou zijn, was Inanna dan wel een godin? Soms bekroop hen weer de angst dat het ongeluk Sarai alsnog zou treffen, maar de reis verliep zonder schokkende gebeurtenissen. Bij Charan aangekomen sloegen ze hun tenten op – net buiten de stad – waar ze werkten en handeldreven. Zo werden ze rijker en rijker.
    Terach had graag gezien dat Sarai moeder was geworden, maar het werd hem niet gegund.
    Terach leefde tweehonderdvijf jaar. Hij stierf in Charan.”

    Wordt vervolgd

    Piet Kort

    3. De Backpackers
    Dit verhaal is deels gebaseerd op ware gebeurtenissen.

    “Denk je dat het haar zal lukken om vanuit Australië naar Antwerpen te fietsen.”
    We waren weer onderweg naar de volgende plek. In de meeste hotels verbleven we maar één nacht. We hadden wat concessies moeten doen, want in drie weken meer dan 5000 kilometer afleggen en dan ook nog allerhande dingen bekijken vraagt om keuzes en beperkt verblijf in de plaatsen die we aandeden. Zo hadden we de vaart en de stemming erin, en we genoten beiden van de tocht.
    “Of haar dat lukt? Ik denk het niet.” antwoordde ik.
    “Waarom niet?”
    “Ik denk dat dit niet mogelijk is. Als vrouw alleen fietsend door landen als India, Pakistan of Afghanistan is vragen om moeilijkheden. Een noordelijker route ligt door China, maar ik denk dat ze daar geen visum voor krijgt. Nog noordelijker door Siberië acht ik uitgesloten. Daarbij komt, dat je je moet realiseren, ook al wordt in die landen met de mond beleden dat vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn, het in de werkelijkheid van alle dag iets anders ligt. In die landen is de man de baas van de familie en de familieleden worden geacht zich daarnaar te voegen. De Chinese filosoof Confucius is daar duidelijk over. Wat dit betreft is een van de Italiaanse meiden die we spraken een goed voorbeeld. Vader en broers moesten op haar passen en zij wordt geacht op zich te laten passen. Dat ze dit niet langer wil, geeft aan dat ze een eigen wil heeft en als ze die doorzetten wil, ze – zeker tijdelijk -genoodzaakt is om haar emplooi elders te zoeken. In China troffen we dit aspect ook aan. Daar vertelde een gids, dat ze was gaan samenwonen met haar vriend, tegen de wil van haar ouders. Die zagen haar liever getrouwd met een andere jongen.  Haar ouders konden haar – omdat het in China bij de wet verboden is – niet dwingen, maar het had de verhouding met haar ouders vertroebeld. Ze woonde nu dan ook in een andere stad. Misschien dat ze met de jaarwisseling haar ouders ging bezoeken, want het zat haar niet lekker, dat ze niet had geluisterd naar haar ouders. Zich niet naar hun wensen had gevoegd en hen daardoor de verschuldigde eerbied had onthouden.  Dat wordt versterkt door de wetgeving van de Chinese overheid. Wettelijk is vastgelegd, dat kinderen hun ouders moeten bezoeken en eventueel voor hen moeten zorgen. Kinderen die dat niet doen zijn slechte Chinezen en kunnen allerhande straffen opgelegd krijgen, zoals reisbeperking en banken die leningen weigeren en meer van dat soort dingen. In de Arabische landen ligt het niet veel anders. Van een vrouw wordt verlangd en verwacht dat ze aan haar ouders en man gehoorzaam is. Wat ouders en echtgenoot verlangen kan strijdig zijn met elkaar. Dus is er een fatwa nodig om te duiden wie bij conflicterende belangen het eerst gehoorzaamd moet worden. Niet dat alle vrouwen in die landen ongelukkig zijn, maar of al die vrouwen met deze verhoudingen tevreden zijn? Steeds meer jonge vrouwen proberen zich hieraan te ontworstelen. Probleem is echter, dat daarmee de verhoudingen onder druk komen te staan. Op latere leeftijd – meestal als er kinderen zijn gekomen – wordt dan naar een manier gezocht om weer met elkaar in het reine te komen. “
    “Als ik zo naar jou luister, dan ben jij de mening toegedaan, dat het feminisme mislukt is?”
    “Nu voor een groot deel van de wereld wel, of misschien beter gezegd, alleen in het noorden van West-Europa en IJsland en misschien ook nog een beetje in Noord-Amerika is het feminisme het beste gelukt. In de rest van de wereld moet het nog beginnen.”
    “Maar hoe verhoudt zich dit dan met jouw redenering over de rol van jonge vrouwen bij verhuizing of emigratie? Als ik je toen goed heb begrepen, hebben die hierin vaak een bepalende stem.”
    “Eén van de oorzaken zal zijn, dat vrouwen veel meer dan mannen met elkaar communiceren over zaken als veiligheid, familiekwesties, en dat soort zaken. Veel vrouwen nemen het voor elkaar op, steunen elkaar en creëren zo een onderling netwerk. Vrouwen bepalen heel vaak, zo niet altijd, de sociale context waarbinnen een koppel of een gezin denkt of handelt. Als het bijvoorbeeld gaat over opvoeden, is het de vrouw die als eerste de toon zet en die toon nemen dochters van hun moeder over. De impact van moeders op dochters is daarom vele malen groter dan veel dochters zich realiseren. Datzelfde gebeurt ook bij de jongens. Kijk maar eens hoe jongens omgaan met hun moeders. Ze kiezen vaak partij voor hun moeder als er een conflict ontstaat tussen man en vrouw.  Vrouwen creëren zonder dat ze het zichzelf vaak realiseren een speelveld, waarin hun mening de bepalende mening wordt. De druk op meisjes om te presteren bijvoorbeeld, ligt hoger dan die bij jongens. Van jongens wordt geaccepteerd dat ze wat aanrommelen gedurende hun jeugdjaren. Meisjes krijgen op school al vaak een negatievere of lagere beoordeling. Bewust of onbewust zullen ze zich hiertegen gaan verweren, op zoek gaan naar wegen om te worden gehoord.  Het is bijvoorbeeld bekend, dat de Russische bezetting van Afghanistan mede teneinde kwam, omdat de Russische vrouwen opeens de confrontatie aangingen met het Kremlin. Laatst stond er zelfs in de krant, dat Poetin niemand meer vreest dan de Russische vrouwen. Zij zijn het die aan de militaire interventie in Oekraïne een eind kunnen maken, want vrouwen praten met vrouwen. Iets wat niet valt te stoppen, ook niet door het Kremlin. Het is simpel gezegd, niet de hardste schreeuwer of de sterkste die de baas is, maar de slimste en dat is vaak een vrouw op de achtergrond. Kijk ook maar naar Iran. Het zijn daar de jonge vrouwen die het verzet tegen de ayatollahs op gang brengen. Ze blijven met elkaar communiceren – iets wat ook de ayatollahs niet kunnen stoppen- waardoor de volgende revolte alweer in de maak is. “
    “Hoe weet jij dit allemaal?”
    “Door goed op te letten. Het gezin waar ik ben groot geworden, bestond uit drie dochters en één zoon. Die zoon was ik. Met mijn zusters had ik te dealen en ik kreeg snel in de gaten, dat er bepaalde onderstromingen waren, die mij vrij plotseling confronteerden met al beklonken zaken. Zo moest ik bijvoorbeeld de schuur aanvegen en mijn zusters moesten afdrogen, want afdrogen kostte- aldus de dames – meer tijd dan het aanvegen van de schuur. Het duurde inderdaad enige tijd voor een rekensom mij leerde wie per persoon de meeste tijd kwijt was – de meiden of ik – maar toen was het al een ingesleten gewoonte. Ook is het goed en verstandig om zo nu en dan een boek te lezen. Dat helpt ook. Het doet je de wereld beter begrijpen.”
    Hij lachte zachtjes en zei: “Je bedoelt dat je zussen slimmer zijn dan jij?”
    “Ja, op onderdelen zijn ze dat ook. Het zijn vrouwen en zoals gezegd, vrouwen praten met vrouwen.  Dat aspect wordt lang niet altijd onderkend. Verhalen worden vaak verteld vanuit het mannelijk perspectief, waarbij de rol van de vrouw over het hoofd wordt gezien of compleet ondersneeuwt.”
    “Kun je een voorbeeld noemen?”
    “Ja. Dat is bijvoorbeeld het verhaal over de Roeping van Abram.”

    2.De Backpackers
    Dit verhaal is gedeeltelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen.

    “Ze komt uit Italië.” Hij zei het zonder een spoor van twijfel.
    Enigszins verbaasd keek ik hem aan en vroeg. “Hoe weet jij dat? ”
    “Dat hoor ik in de klank van haar stem. ” was zijn antwoord.
    We waren samen – vader en zoon- op reis, en maakten een roadtrip door Australië; van Perth naar Darwin. Je leert elkaar op een andere manier kennen als je zo samen reist. Eigenlijk zit je elkaar constant op de lip, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. Ik genoot van de reis en van hem. Hij deed dingen die me verrasten, die ik niet van hem had verwacht. Dat hij – net als ik – graag fotografeerde, verraste me volledig. Nooit eerder had hij het de moeite waard gevonden om foto’s te maken, en nu? Hij deed niet anders en zichtbaar met plezier. Op mijn vraag, wanneer hij de camera had gekocht, was het antwoord kort maar helder: sinds de vakantie in juli.
    De klank in de stem van de jonge dame deed hem zijn conclusie trekken. Ze vroeg hoe hij zijn steak wilde eten; Rare, Medium of Well-done.
    Of ze nog meer had gezegd, wist ik niet. Ik had niet naar hen geluisterd, want ik was zelf nog aan het uitzoeken welke vissen erop het menu stonden.
    “Aan de klank in haar stem? Hoezo in de klank van haar stem?” wilde ik weten.
    “Kijk”, legde hij uit, “Italianen hebben een ie-klank in hun stem. Fransen een soort e-klank en Spanjaarden een o-klank.”
    De domheid moet zo ongeveer van mijn gezicht gedropen zijn, want hij schoot – toen hij naar me keek -hartelijk in de lach. “Geloof je me niet? Het is echt zo. Als ze straks de bestelling brengt moet je maar naar haar luisteren.”
    Naar haar luisteren? Dat was ik zeker van plan, maar wel op een iets andere manier.
    Ze liet even op zich wachten, maar keerde toen terug met het bestelde op de borden; vis voor mij, steak voor zoon.
    Toen ze het bord voor mij op de tafel plaatste, vroeg ik: “Komt u misschien uit Italië?”
    Haar gezicht begon te stralen en ze glimlachte breed, stopte in haar beweging en zei: “Ja, ik kom uit Italië. Uit een dorpje ten zuiden van Rome. Bent u bekend in Italië?”
    “Ja, een beetje. Ik ben daar een aantal keren geweest. Ook in Rome. Mooi land, mooie stad.  Maar u verkiest Australië boven Italië? “
    “Nou, eigenlijk wel. Ik trek nu bijna zes maanden door Australië en over een halfjaar ga ik weer terug, tenzij ik zo’n stoere Australiër tegen het lijf loop.  Als het met hem klikt, blijf ik hier. Weet u, geen vader of broers die vinden dat ze op me moeten passen. Je hebt hier meer vrijheid.”
    Vervolgens zette ze het bord voor zoon op tafel en liep terug naar de keuken.
    Zoon keek me breed grijzend aan en vroeg: “Overtuigd?”
    “Ja, dat zeker. Dat je dit kan horen vind ik bijzonder. In het Nederlands hoor ik de verschillende klanken en kan ik ze meestal wel plaatsen, maar in het Engels kan ik het niet.”
    “Nou”, grapte hij, dan zal ik het gehoor wel van Ma hebben gekregen.”
    Die vaststelling kon ik beamen, want mijn vrouw is de mening toegedaan dat ik doof ben, terwijl er volgens mijn arts niets aan mijn gehoor mankeert. Nou ja niets? Hooguit wat ouderdomsverval.
    “Dus je kan ook horen of iemand uit Frankrijk komt of uit Spanje?”
    Hij knikte bevestigend.
    “Okay, laten we dit als spelletje de komende dagen doen en kijken hoe hoog je scoringspercentage wordt.”
    “Prima, gaan we doen. Is leuk.”

    Zo trokken we verder en het moet gezegd, het spelletje was vermakelijk en zijn scoringspercentage hoog; 100%. Zo arriveerden we op een dag bij een volgend hotel. Nadat we onze bagage in de kamer hadden gezet en boodschappen hadden gedaan in het winkelcentrum, namen we plaats aan een tafeltje in het restaurant.
    De boodschappen die we hadden gedaan bestonden o.a. uit het kopen van schoensmeer. Zoon was verbaasd dat ik mij had voorgenomen om mijn schoenen te poetsen. Hij was de mening toegedaan, dat het poetsen van schoenen op dit continent tijdverspilling was. Australië was volgens hem één grote stofbak. Mijn verdediging, dat ik zijn moeder had beloofd, om zo nu en dan mijn schoenen te poetsen, maakte dan ook geen enkele indruk.
    “Onzin”, was hij van mening, “Je hebt nog nooit je schoenen gepoetst en nu opeens moet het zijn?”
    De discussie over het poetsen van mijn schoenen hield ons dusdanig in de greep, dat we ons spelletje vergaten. We waren nog de voor en nadelen van een goede schoenverzorging aan het afwegen, toen een jonge dame een menukaart op onze tafel legde.
    Op dat moment kwam een ingesleten gewoonte boven en deed mij automatisch zeggen: “Merci.”
    De reactie van de jonge dame was verrassend. Ze wilde weten hoe het kwam dat ik wist dat ze uit Frankrijk kwam. Ze had zo haar best gedaan om haar Franse accent kwijt te raken en net nu ze dacht, dat het haar was gelukt, werd ze herkend als Française. Ze was diep teleurgesteld dat haar Franse afkomst nog steeds hoorbaar was; ze kon wel huilen.
    Een vriendin achter de bar kwam naar haar toe, sloeg een arm om haar heen, probeerde haar te troosten en nam haar mee naar de keuken.
    Zoon hoorde en zag – net als ik trouwens – het allemaal met verbazing aan en vroeg toen: “Had jij in de gaten ze uit Frankrijk kwam? Jij hoort zoiets toch niet?”
    “Nee, dat doe ik ook niet. Ik zei alleen maar ‘merci’ en dat doe ik wel vaker. Weet ik veel dat ze uit Frankrijk komt.”
    Een andere jonge dame meldde zich intussen bij onze tafel. Ze verontschuldigde haar collega en vertelde, dat deze erg haar best had gedaan om haar Franse roots te verbergen en nu verdrietig was omdat dit haar niet was gelukt.
    De ogen van mijn zoon begonnen te twinkelen en er kwam een kuiltje in zijn wang. Ik begreep dat het spelletje weer werd gestart. Logisch, want hij had bij mij een reputatie hoog te houden.
    Hij vroeg: “Maar u komt toch ook uit Frankrijk?
    Ze keek hem verbluft aan voor ze antwoordde: “Hoe weet u dat?”
    Of ze haar afkomst ook verborgen wilde houden, wilde zoon weten. Nee, dat wilde ze niet. De mensen mochten wel weten dat ze van oorsprong uit de buurt van Bordeaux kwam. Of we Frankrijk en de regio van Bordeaux kenden? Van Frankrijk wisten we wel het één en ander, maar de regio van Bordeaux hadden we nog nooit bezocht. Of ze nog terug zou gaan naar Frankrijk? Nee, als het mogelijk was, wilde ze in Australië blijven. De Franse politiek en economie waren immers toch maar een rommeltje en nu met Macron ging het helemaal verkeerd.
    Ondanks het ietwat onstuimig begin, was de geserveerde maaltijd prima.

    De volgende morgen vervolgden we onze tocht. Australië kent schier eindeloos lijkende wegen; kilometer na kilometer rechtuit, rechtaan. Wegen die aanzetten tot nadenken en overdenken en mij de vraag deed stellen: “Is het jou ook opgevallen, dat de mensen die we vroegen naar het land van herkomst, allemaal jonge meiden waren?”
    “Ja”, was zijn antwoord, “hoezo?”
    “Nou het doet me denken aan een boek dat ik ooit heb gelezen en waar ik eigenlijk nog nooit zo over heb nagedacht. “
    Wordt vervolgd

    Word wie je bent

    Ben je geen zon, wees dan met overgave een ster,

    waarin Gods licht zichtbaar wordt.

    Ben je geen snelweg, wees dan met overgave een zandpad,

    waarop Gods rust zich van je meester maakt.

    Ben je geen zee, wees dan met overgave een beekje,

    waaruit Gods dromen van zegen opwellen.

    Ben je geen boom, wees dan met overgave een hut,

    waarin Gods bescherming tastbaar wordt.

    Ben je geen storm, wees dan met overgave een briesje,

    waardoor Gods goedheid voelbaar wordt.

    Je bent geroepen te zijn wie je bent.

    Ga met God en hij zal met je zijn

    Bestaat God?

    “Bestaat God eigenlijk wel?” Want als God bestaat, waar is hij dan? Kan ik hem zien?”

    Haar vragen buitelen over elkaar en over onze tafel tijdens de lunch.  Oudste kleindochter kijkt ons aan. Ze wacht op antwoord.Ik kan wel kortweg “ ja, natuurlijk bestaat God” zeggen, maar ik voel dat ik daarmee deze keer niet klaar ben. Oudste kleindochter zit duidelijk in haar maag met het probleem van het Godsbestaan.  Haar vragen doen me dan ook even naar een passend antwoord zoeken.

    “Kun je God zien?” herhaal ik haar vraag. “Nee, dat kan niet. Je kunt God niet zien. Wel kun je God soms ervaren. ”
    “Ervaren?” Ze klinkt aarzelend. “Hoe kan dat?”
    “Laat ik proberen het duidelijk te maken. Maar dan moet je eerst proberen een paar andere vragen te beantwoorden. De eerste vraag is: wat is dit?” Ik schuif een beker over de tafel naar haar bord.
    “Dat is een beker”, antwoordt ze vlot.
    “Dat is goed. Je kunt de beker zien en de beker aanraken. Je kunt eruit drinken en je kunt de beker laten vallen en dan is de beker kapot.”
    Ze lacht en zegt: “Maar dan is het ook geen beker meer.“
    ”Dat klopt. Een beker is een ding. Je kunt hem zien en voelen. Daar twijfelen we niet aan. Maar dat gaat niet op voor alle zaken. Er zijn zaken waarvan het moeilijk te bepalen is of ze wel of niet bestaan. Dat komt omdat niet alle zaken dingen zijn die je kunt aanraken. Die je kapot kunt laten vallen. Want daar gaat mijn tweede vraag over. Wat denk je, houdt mamma van jou?”

    Ze kijkt me geschokt aan. “Natuurlijk houdt mamma van mij!”. Het klinkt wat verontwaardigd. De gedachte alleen al dat dit niet zo zou zijn, staat haar duidelijk tegen.
    “Okay, maar hoe weet je dat dan?”
    “Nou, dat is zo”, weet ze zeker.
    Ik knik langzaam en vraag:  “Maar mamma is hier niet. Ik kan haar niet vragen of het zo is. Dus als jij tegen mij zegt, dat het zo is, betekent dit dat ik moet geloven, dat het zo is. Maar ik kan dat niet zomaar geloven. Ik wil graag wat meer van jou weten. Hoe weet jij zo zeker dat mamma van jou houdt?”
    “Nou, … “ Ze valt stil en kijkt me wat verwart aan.
    “Ik zal je helpen”, zeg ik vriendelijk. “Je weet het omdat je het van binnen voelt, omdat je het ervaart. Ook al kun je het niet voelen zoals je de beker kunt voelen, je weet wat je van binnen voelt. Dat is ervaring. Je ervaart het doordat wat mamma zegt en doet. Daarom weet je dat mamma van je houdt.”
    Ze knikt.

    “Er zijn dus zaken die je kunt zien en aanraken –dingen dus-  en er zijn zaken die er wel zijn, maar die je niet ziet of kunt aanraken. Je kunt ze wel ervaren. Dat is bijvoorbeeld zo met liefde en schoonheid. Zo is het ook met God. Je vroeg of God bestaat. Ik geloof van wel. In alle tijden hebben mensen ervaren dat God bestaat. Dat ze opeens voelden dat God bij hen was. Dat ze niet bang hoefden te zijn. Dat wat er ook gebeuren zou, God bij hen zou blijven”.
    Ze kijkt me vragend aan en zegt: “Ken jij zo iemand?”
    Ik knik en wijs naar oma die tegenover mij aan tafel zit.
    “Oma? Is dat zo?”
    Oma knikt en zegt: “Ja, dat is zo.”
    “Hoe dan?” wil oudste kleindochter van oma weten en wendt zonder het antwoord af te wachten zich weer tot mij met de vraag: “Heeft oma dat aan jou verteld?”
    “Ja, dat heeft oma mij verteld. Toen oma geopereerd moest worden omdat ze kanker had en ik
    ’s ochtends voor de operatie bij haar in het ziekenhuis kwam, vertelde oma mij, dat ze niet meer zenuwachtig of bang meer was. Dat ze voelde dat God heel dicht bij haar was  en haar niet alleen zou laten. Dat zij zich niet ongerust hoefde te maken. Dat het goed zou komen.”
    “Echt waar oma? Is het ook goed gekomen oma?”
    Oma knikt en zegt: “Echt waar. Het is goed gekomen. Ik was bang en zenuwachtig. Ik zag vreselijk tegen de operatie op. Maar toen opeens op de morgen van de operatie, voelde ik dat God heel dichtbij mij was. Ik wist het zeker: God laat mij niet in de steek, wat er ook gaat gebeuren.”
    “Kun je dat nu nog voelen?” wil oudste kleindochter weten.
    Oma kijkt haar aan en zegt rustig: “Toen voelde ik het heel sterk. Maar dat voel ik niet altijd. Daarom onthoud ik wat ik toen heb ervaren goed en zal dat niet gauw vergeten. Soms voel ik helemaal niks. Maar als ik weer terugdenk aan dat moment, dan weet ik, dat God altijd met me meegaat, zelfs als ik niets voel.”

    Oudste kleindochter knikt en zegt: “Ja, dat heb ik al eens eerder horen zeggen: God gaat altijd met je mee. Gaan we straks naar de dijk?”

    Voor oudste kleindochter gaat het leven verder, maar vroeger of later zal de vraag terugkomen: bestaat God eigenlijk wel? Het blijft een zoeken. In een wereld die steeds God werender wordt, valt het niet mee voor jongeren en ouderen om de eigen religieuze overtuiging vast te houden. Met de stroom meedrijven is gemakkelijker, dan het eeuwige geploeter tegen de stroom in. Tegenwoordig sta je al snel alleen. Alleen-staan past ons niet, al zijn we nog zo individualistisch ingesteld. Daarom is het goed je een viertal zaken te realiseren:

    – niemand kan bewijzen dat God bestaat. Daarom zijn mensen die geloven dat God bestaat gelovigen. Evenzo kan niemand bewijzen dat God niet bestaat. Dus mensen die geloven dat God niet bestaat zijn (hoe vreemd het ook mag klinken) ook gelovigen;

    – sommige mensen stellen dat God er alleen maar is om het onbekende te verklaren. Die stelling, in relatie tot het geloof, deugt niet. De wetenschap kan immers ook geen alomvattende verklaring voor de wereld en het universum geven. Wetenschap roept alleen maar nieuwe vragen op. Als we bijvoorbeeld in de astronomie het niet meer weten, geloven we dat donkere materie ( een hypothetische soort materie in het heelal, die niet zichtbaar is met optische middelen ) de oorzaak is van veel zo niet alles;

    – de redenering dat Godsdienst primitief is en dat de mensheid zich naar een steeds hoger niveau  (dat is zonder religie) ontwikkeld, is niets anders dan een historisch construct van de mens zelf. We realiseren ons dan niet dat onze denkwijze de oorzaak is van de vooruitgang die we constateren. Je kan het vergelijken met het gezicht dat we zien in de volle maan. Onze hersenen vormen een gezicht, terwijl dat er in de werkelijkheid niet is;

    – de stelling dat religie niet wetenschappelijk is snijdt geen hout. In die stelling wordt er immers van uitgegaan, dat alleen dat bestaat wat geteld, gemeten of gewogen kan worden. Maar tellen, meten, wegen is zaken verdingelijken. Religie en dus ook God kun je nu eenmaal niet verdingelijken.

    Die middag gingen we kwallen zoeken achter de dijk. We vonden bruine kwallen en blauwe kwallen.
    ’t Is maar dat u het weet.

    Piet Kort