• Agenda:

    Zondag 25 februari 2018:
    9.30 uur, Irenekerk
    Voorganger: Drs. H. Hoekstra uit Emmen

  • Aswoensdag

    Op woensdag 14 februari begint de vasten- of veertigdagentijd.
    Dan begeven we ons in de richting van het gebeuren waarop het hele christelijke geloof is gebaseerd: Pasen.
    Pasen – niet alleen het verhaal van de glorieuze opstanding.
    Pasen – het verhaal van Goede Vrijdag, de vernedering en het lijden.
    Pasen – het verhaal van de maaltijd die de uittocht van het joodse volk en het lichaam van de Messias met elkaar verbindt.

    Gaan we dit pad weer automatisch op?
    Is het niet een kwestie van de kalender, zoals ook elke maandag weer de weg naar school of werk moet worden gegaan?
    Soms denk ik dat de schrale automatismen van de gelovigen en de betekenisloosheid van deze zaken buiten geloof en kerk hand in hand gaan.

    Het is gemakkelijker om je leven in te richten naar zaken op je netvlies dan om ze in te richten naar de dingen die vragen stellen aan wie je bent en wat je doet.
    Waarom leiden de dingen op ons netvlies niet tot die vragen?
    Ik ga op dit moment geen lange verhalen afsteken, want die werken niet.

    Ik vraag me af wat het lijden van Jezus anders betekent dan dat wij ons bepalen bij mensen die lijden.
    Dat we daaraan dus niet voorbij gaan.
    Er is een lange lijn van lijden van rechtvaardige, goedwillende mensen in de Bijbel.
    En je weet zelf: als je van iemand houdt, om iemand geeft, dan kun je het niet verteren dat zo iemand onrecht wordt aangedaan.
    Het lijden roept verontwaardiging en woede op, te meer wanneer het gaat om onschuldige mensen. Ik moet denken aan John Coffey uit de film ‘The Green Mile’. Hij is zo onschuldig als een lam, die grote zwarte man, en de goedheid zelve, een kind eigenlijk, maar hij ondergaat de doodstraf, omdat hij zijn onschuld niet kan bewijzen.
    Hij is een beetje als Christus, als een zoon van God, omdat hij beschikt over de gave om wezens te genezen van het kwaad, de ziekte of zelfs de dood die hen bedreigt. Hij wordt in de film ook ‘een wonder van God’ genoemd. Het is onuitstaanbaar dat juist híj moet boeten voor een misdaad die hij niet heeft gepleegd. Om gek van te worden. Maar datzelfde geldt van Jezus.

    Kunnen wij het opbrengen om met de mens te waken in het uur van beproeving. Voor Jezus is dat Gethsemane. Wat is het voor jouw buurman of –vrouw?
    Je waardeert het leven beter, wanneer je onder ogen durft te zien hoe zwaar het voor sommigen is. Ook daarin schuilt opstanding: een intensiever bewustzijn van het leven dat je gegeven is.

    Epifanie

    Na alle Kerstdingen en –drukte en na alle ‘goede voornemens’
    en niet minder goede wensen voor het Nieuwe Jaar breekt er een periode aan van …
    weer gewoon doen?

    Nou, ik wilde zeggen: van nieuw leven!
    Het kind is geboren en gaat zich – als in een soort ‘coming of age’, volwassen worden – aan ons voorstellen.
    Wat houdt het in dat men hem ziet als Zoon van God, als Messias van Israël?
    Hij komt aan het licht. (Zo zou je het woord ‘Epifanie’ kunnen weergeven.)

    Nieuw leven. Toekomst. Hij doorbreekt de routine van de wereld.
    Mooi hè?
    Nou, ook verrekt lastig, want het betekent dus ook dat hij zijn leerlingen wég roept uit hun alledaagse gewoonten en routine. Hun carrière wordt onderbroken.
    Hoe somber we ook geregeld zijn over het wel en wee in de wereld, échte veranderingen, onderbrekingen vinden wij vooral ongemakkelijk. We houden van onze gewoonten. Ook van de slechte.
    Wees eerlijk!

    De tijd van gewoontechristendom is voorbij. Ook van het ‘goede gewoonte’- christendom.
    Laten we maar eerlijk zijn: die navolging van Christus is een hoofdstuk waarop wij niet zitten te wachten.
    We hebben het zonder al druk genoeg! Met onszelf, met elkaar, met de wereld, met alles wat we zoal willen enzovoort.
    Én bij wat vroeger navolging heette, zetten wij nu terecht vraagtekens.

    In het Westen staat het voortbestaan van kerk en christendom met het antwoord op de vraag: willen wij Christus navolgen? Tot op de consequenties die hem aan het kruis hebben gebracht.
    In de weg staat: het genot, genoegen en amusement dat de wereld ons biedt.
    Vroeger worstelden we met ‘de verleidingen en verlokkingen van de wereld’. We concludeerden daaruit dat we van God niet mogen genieten.
    Nu doen we dat dan eindelijk wél, maar we ontdekken dat we erin wegzakken, slap worden, doof en blind voor wat er op een andere dan economische wijze moet gebeuren.
    Wie is er nog te porren voor het stellen én beantwoorden van ongemakkelijke vragen?
    Daarvoor moet je nadenken, angsten doorstaan en uit je schulp kruipen.
    Een wijding aan luxe leven betekent in de praktijk laks- en luiheid in deze zaken.
    Ondertussen bedoelen we het niet kwaad – zeker niet! –, maar het werkt niet.
    Zaken die prioriteit verdienen, blijven liggen (omdat ze tijd en geld kósten en niet opleveren).

    Navolging van Christus = prioriteit geven aan de zaken die ons medemenselijker maken.
    Het zijn tekenen van het Koninkrijk. Tekenen van Christus in en om ons. Epifanie.

    Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft

    Het einde van het jaar is doorspekt met feesten.

    Het begint al met Allerzielen. Dan is er Sint Maarten. Wie de overledenen niet heeft herdacht met Allerzielen, doet dit op de laatste zondag van het kerkelijk jaar (heel enkel nog met oud en nieuw). Half november is Sinterklaas in het land. Met Sinterklaas begint de advent eigenlijk al: hij komt, hij komt … En als Sinterklaas is geweest, beginnen we toe te werken naar Kerst. Na Kerst is er oud en nieuw en dan … Kunnen we weer gewoon doen. Iedereen blij dat het voorbij is.

    Als de dagen korten, beginnen wij ons best te doen om licht in huis, aan huis en in de wereld te brengen. De boze geesten van het afgelopen jaar moeten bezworen en de wereld moet helemaal goed worden met ‘vrede op aarde’. Het is een jaarlijks ritueel, maar het blijft getuigen van enige wil en verlangen naar echte verandering. Al komen we wellicht vaak niet verder dan verveling, eten, landerigheid en verplicht familiebezoek. Een boze geest die ongezien altijd met ons meereist, is die van de eenzaamheid. Mensen die alleen gaan, die iemand hebben verloren, die buiten de flow van de feestdrukte staan enzovoort, voelen wat ik bedoel. Het sacherijn dat gepaard gaat met de feestdrukte.

    Het is best pijnlijk: te weten dat Kerst, het feest van de Vredevorst in kindformaat, niet werkelijk verlost. Dat we niet boven de goede bedoelingen uitkomen. Net zo goed als het voornemen om te stoppen met roken, als een van de goede voornemens voor het nieuwe jaar, vastloopt in oude gewoonten. Per slot van rekening kun je je vuurwerk handig afsteken met behulp van een sigaretje, niet dan?

    Natuurlijk hebben velen de teleurstelling al ingecalculeerd en wordt er daarom slechts aan de buitenkant gevierd wat aan de binnenkant schreeuwt om échte verandering. Dat is het geval buiten de kerk en ook binnen de kerk: weten dat het waarschijnlijk weer niet gaat lukken in het komende jaar.

    Daarom blijven de tegenstrijdige eindejaarsbelevingen elkaar afwisselen. De tijd waarin het natuurlijke licht afneemt en tot haar minimum teruggebracht wordt is ook de tijd waarin mensen hun best doen om licht te maken. Ik blijf dat, ondanks de genoemde verveling enzovoort, een mooie symboliek vinden. Maar symboliek – hoe mooi ook – is onvoldoende brandstof voor echte veranderingen.

    “Komt allen tezamen, jubelend van vreugde. Komt nu, oh komt nu naar Bethlehem.” Het ‘hij komt’ kan niet zonder ‘komt nu’. Het kind in de kribbe is geen kerstmisselijke sentimentaliteit, maar een herinnering aan de profeet Jesaja: “Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.” (1,3) Daarom staan de os en de ezel om het kind in de voederbak heen. Zij snappen waarom het gaat, het volk niet.

    Ja, natuurlijk, wij snappen het wel, maar we houden het zo langzamerhand niet meer voor mogelijk. Onze zielen hebben eelt gekregen en onze feesten overtuigen ons niet meer. Wie dus wil feesten, werkelijk wil feesten, zal eerst die eelt van zijn/haar ziel moeten krabben. Geloven gaat niet zonder gevoeligheid. Je moet eerst de pijn voelen om te begrijpen hoe nodig, hoe noodzakelijk het is om te veranderen. En geloof niet langer dat we ermee wegkomen alles zo te laten als het is. Ik wens u een goede Kerst en een zalig Nieuwjaar!

    Hoe serieus nemen wij God?

    Zo luidde het thema van de themadienst van 15 oktober jongstleden. Hoe serieus nemen wij God? Het is een vraag die wij onszelf nooit stellen, denk ik. (Denk er maar even over na of het werkelijk zo is als ik denk dat het is. Ik kom er zo op terug.)

    Het thema liep weg uit de evangelielezing van Matteüs 22,1-14.

    De koning nodigt de club van getrouwen uit om met hem de bruiloft van zijn zoon te vieren, maar zij weigeren om te komen. Iemand zei als reactie op dit element van Jezus’ gelijkenis: “Die koning was gewoon niet geliefd. Ze moesten hem niet. Hij dwingt mensen om naar de bruiloft te komen.” Het verzet van de mensen tegen de koning werd dus begrijpelijk en daarmee verdedigbaar gevonden! Zo van: het staat je vrij om nee te zeggen op de uitnodiging.

    Ik vond het een zeer opmerkelijke reactie – dat in de eerste plaats. Ik heb met deze opmerking weinig gedaan in mijn afsluitende overdenking in de dienst van 15 oktober. Ik heb me meer beziggehouden met de problemen die mensen hadden met het slot:

    • Er was iemand zonder bruiloftskleren. Hij werd er door de koning uitgegooid (in de “uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”). Veel mensen vonden dit een buitensporig zware straf.
    • Een ander struikelblok vormde de slotuitspraak van Jezus: “Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.” Helaas denken toch nog allerlei mensen aan het oude gereformeerde thema dat God mensen aanwijst om te behouden en om verloren te laten gaan, ongeacht hun levenswijze of geloof.

    Ik neem nog even de gelegenheid te baat om op een paar zaken nader in te gaan.

    Allereerst: de tekst die wij hebben gelezen, is een GELIJKENIS.

    Bijna zoals een sprookje: er was eens een koning, lang geleden en in een land hier ver vandaan. En die koning wilde een groot bruiloftsfeest geven ter ere van zijn zoon. (Je ziet het voor je en je droomt weg in een verhaal dat zich elders, lang geleden afspeelt ….)

    Het leek alsof er weinig begrip voor het symbolische van het verhaal was. Het leek alsof, in ieder geval in de reacties die in de dienst doorklonken, iedereen het verhaal LETTERLIJK nam. Dus niet als een sprookje, een gelijkenis.

    Maar wat zegt deze gelijkenis dan?

    Ik zou de letterlijke betekenis van Jezus’ verhaal zo willen weergeven:

    God roept de gelovigen (in Jezus’ tijd het oude Israël) om deel te nemen aan het feest van het koninkrijk. Zij zeggen ‘nee’, want ze hebben wel betere dingen te doen: het maïs, de uien, de aardappels en zo nog wat meer moeten van het land en er moet handel worden gedreven anders gaat de zaak failliet. Ze zeggen ‘nee’, want ze hebben geen tijd voor Gods project. Zo ziet Jezus de reactie van de synagoge van zijn tijd (symbolisch: de mensen binnen de stadsmuren). Daarom nodigt God de mensen uit – goeden én slechten! – die helemaal niets met Israël hebben (destijds: de mensen van buiten Israël, de ‘heidenen’; of nu: mensen buiten de kerk). In die groep zit ook iemand die niet in de feeststemming is en die wordt er daarom uitgezet. De conclusie is dat Gods uitnodiging veel mensen bereikt, maar dat er weinigen gehoor aan geven.

    Meer is het niet. En waar sta jij? Waar staan wij in dit verhaal?

    Vandaar de thematische vraag: hoe serieus nemen wij God?

    De vervuiler die hier zijn werk doet is het schuldgevoel dat een dergelijke vraag bijna ‘als vanzelf’ oproept (want wij weten heus wel dat wij het niet goed genoeg doen …). Niemand van ons heeft een bruiloftsoutfit aan. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg en al die hoge doelen van God halen wij toch nooit.

    Wat ik zo mooi vind aan de gelijkenis is, is dat de koning (God dus) goede én slechte mensen uitnodigt. Daar legt Hij de lat dus niet. Geweldig! Zijn maatstaf is: ben je blij dat je uitgenodigd bent en dat je mee mag feestvieren? Dan ben je welkom!

    Soms vinden mensen dat te gemakkelijk. Daarom roept zo’n slotzin ook onbehagelijke gevoelens op: “Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.” Oh jee, hoor ik dan wel bij de uitverkorenen of toch, als het erop aankomt, niet?! Zo’n angst gaat gemakkelijk een eigen leven leiden.

    Kijk, als God zegt dat hij de wereld via zijn zoon wil redden, dan betekent dat ook dat hij die wereld wil redden. Aangezien jij ook deel uitmaakt van die wereld, hoor je er dus helemaal bij. Klaar.

    De andere kant is dan: wat doe jij met die uitnodiging. Zie het zo: je bent enthousiast over voetbal en je zegt dat je er helemaal vol van bent, maar als het op spelen aankomt, zeg je: “Nee, liever niet.” Of zie het zo: iemand zegt dat hij zielsveel van je houdt en jij zegt: “Ik ook van jou.” Prachtig, maar vervolgens kijk je naar die persoon niet om. Integendeel, je kijkt om je heen naar allemaal andere mensen die je veel leuker lijken.

    Ik denk dat het verdriet van God is dat wij zijn spel niet willen spelen en dat wij zijn liefde niet hartelijk beantwoorden.

    Tegelijkertijd moet ik toegeven dat het binnen de kerk net zo is gegaan als binnen de synagogen: dat wij, de ‘Farizeeën en Schriftgeleerden’, de zaken ook zwaarder en ondragelijker hebben gemaakt dan nodig is. En nog ligt die valkuil er. Hoe vaak hebben wij niet zwaar gedacht, geloofd en geleefd. Zoals Kuitert zei, na de watersnoodramp: “Daar ga je dan, met je hele hebben en houwen het zeegat uit. Je had wel mogen leven, maar je hebt het niet gedaan.” Uit naam van God is mensen heel wat levensvreugde ontzegd.

    Reden waarom ik graag opnieuw zou willen beginnen, nl. bij de oproep voor het feest! Het feest van de liefdevolle verbintenis die God aangaat met mensen, telkens opnieuw.

    Gerard Knol